Maria-Rita, de jongste dochter van het gezin Boyart-Van Lommel bij de onthulling van de gedenkplaat samen met onder meer districtsburgemeester Koen Palinckx.
EKEREN – Met een serene plechtigheid werd op 1 juli hulde gebracht aan drie inwoners van Ekeren die tijdens WO II actief waren in het verzet maar door de vijand werden aangehouden in het huis nr. 12 van de Pastoor De Vosstraat.

Het verhaal van de familie Boyart in de Tweede Wereldoorlog spreekt nog vele mensen aan.
Bewoners Gerard Boyart (°1902), zijn echtgenote Maria Van Lommel (°1909), ouders van drie kinderen en de daar ondergedoken pastoor Vincent Mercier (°1908) uit Putte-Kapellen, hadden zich bij de weerstand aangesloten en maakten zich verdienstelijk in het verzet tegen de bezetter. Maar op 19 januari 1944 werden zij in huis door de Sicherheitspolizei (Sipo) opgepakt, meer dan waarschijnlijk na verraad. Zij belandden voor “ondervraging” in het Sipo-hoofdkwartier in Antwerpen waarna deportatie naar verschillende kampen en gevangenissen in Duitsland volgde met alle gevolgen van dien: vernedering, foltering, ontbering en daarenboven voor Gerard en Vincent een doodvonnis in maart 1944, dat evenwel nooit werd uitgevoerd.

Werner Palinckx toont het keldergat waar de verzetsmannen zich schuilhielden.
De echtgenoten schreven hun wedervaren op met als resultaat een ‘kampenboek’ dat jaren in een kast lag, gelezen werd door schrijfster Kristien Hemmerechts die de tekst redigeerde, met een voor- en nawoord van dochter Maria-Rita, aanwezig op de plechtigheid. “De beul was dood” is verkrijgbaar bij Standaard Boekhandel. Na ontsnappingen slaagde Gerard erin om op 1 juli 1945 terug te keren naar de gezinswoning in Ekeren, kort nadat ook zijn echtgenote Maria er was teruggekeerd. Pastoor Vincent keerde niet terug, hij overleed tijdens een dodenmars in Tsjechië.

Het gezin Van Campenhout-Schillemans betrekt nu de bewuste woning in de Pastoor De Vosstraat.
Op initiatief van het district en vzw Bevrijding van de Schelde van Antwerpen tot Walcheren, werd besloten om op de 81ste verjaardag van de terugkeer van Gerard een gedenkplaat te onthullen aan de woning in de Pastoor De Vosstraat, momenteel bewoond door de familie Van Campenhout die daarvoor toestemming gaf. Districtsburgemeester Koen Palinckx schetste in zijn toespraak de moed die de verzetsmensen opbrachten om clandestiene weerstand en hulp aan mensen in nood te bieden. Hij onderstreepte dat momenteel ook waakzaamheid geboden is om propaganda, intimidatie, ontmenselijking te herkennen en te bestrijden. Met een citaat van holocaust overlevende Elie Wiesel “Voor de doden en de levenden moeten wij getuigen” beklemtoonde hij dat wij niet alleen verantwoordelijk zijn voor de herinnering aan de doden maar ook voor de wijze waarop wij met die herinnering omgaan.
De plechtigheid werd opgeluisterd met gepaste stemmige live vioolklanken en uiteraard kon ook een ‘Last Post’ niet ontbreken, gevolgd door een minuut stilte ter nagedachtenis. (jdh)

Bart Vercammen blies de Last Post.

Fien en Ruben luisterden de plechtigheid op.
