Beklijvende wapenstilstandsherdenking rond “Bezette Stad” van Van Ostaijen in Sint Mariaburg

Tussen de vele herdenkingen van 100 jaar wapenstilstand, was die in de volgelopen kerk van Sint Mariaburg op vrijdag avond 9 november, beslist wel de origineelste en mogelijk ook de meest cultureel hoogstaande. Wars van alle retoriek bracht het Ekerse Cantando koor onder leiding van Luc Anthonis in een regie van Hans de Weirdt, een indrukwekkend herdenkingsprogramma.

Opgebouwd rond geprojecteerde en opgezegde en gezongen teksten van onze Antwerpse avant-garde dichter Paul Van Ostaijen, werd het een uitzonderlijke tijdsevocatie zoals de dichter die in zijn uit 1921 daterende “Bezette Stad”, ook als een dadaïstisch en expressionistisch experiment beschreef. Telkens volgde op een tekstfragment een toepasselijk eigentijds liedje, dat vaak tot op vandaag in het volksgeheugen geprint en bekend bleef. Het geheel tekende indringend op een zelfs fascinerende wijze de chaotische toestand die toen de verwarde Antwerpse bevolking meemaakte. Vanuit een oplichtend duister blies een onschuldig meisje in een kort rood kleedje en witte sokken een rode ballon op tot die ontplofte – terwijl op het scherm het tekstfragment “Boem paukeslag” verscheen en geciteerd werd, en het koor het lied van de binnenrukkende soldaten zong en het geheel evoceerde: “Heil Dir im Siegerkranz”! Zij stapten door de stad onder het zingen van “Pupchen du bist mein Augenstirn”, terwijl de stad dreunde onder “Eins zwei drei … ne Zeppelin” en het koor het bekende “It’s a long way to Tipperary” zong. Na de overgave van de stad volgde het wiegeliedje “Berceuse de Jocelyn” en na de verbijstering kwam de ingeslapen stad stilaan weer tot leven met o.a. “Sous les ponts de Paris” en “Ah, si vous voulez d’l’amour” verwijzend naar de weer vollopende cafés. In bedrukte dagen keek men op naar de toenmalige diva’s van het witte doek en volgde de verafgoding van de filmvedette Asta Nielsen. Het erg toepasselijke “De profundis clamavi” klonk als een smeekbede om verlossing van de vele tekortkomingen van de bezetting, en tevens als spottende litanie voor de filmdiva. Afsluitend stak het “Ave Maria” van Franz Liszt schril af met al dat melodramatisch gedweep met idolen, te midden de miserie van alle dag. Na vier jaar ellende kwam het einde met “Ich hatt’ einen Kameraden – in der Heimat” en “Madelon de la victoire”. Bleef de ontnuchtering met de teksten “Alle Männer saufen … Oh Suzanna” en de danklied “Ave Maris Stella”, om snel over te gaan op het vreugdevolle volkse euforische “La petite Tonkinoise” en te besluiten met een allesoverweldigend “Alleluia” van Ralph Manuel. Lichteffecten, beeld, declamatie en zang, deed het geheel in elkaar smelten tot een elkaar opvolgende evocaties van het hele oorlogsgebeuren zoals onze eenvoudige stadsmens dat dagdagelijks ervaarden: Bombardement – zegezekere stappende soldatenlaarzen – verbijsterende eenzaamheid en verontreddering – weer ontluikend stadsleven – zoeken van vertier – zich optrekken aan stars en holle glitter – de leegte van aftrekkende soldaten en alles weer inpalmend victorie gejubel. In één woord: de waanzin van het nodeloos en zinloos geweld! Een tekstfragment verbeelde het treffend: “De soldaten zijn dood – leve de helden”.
Lieven Gorissen